Wanneer heeft een ambtenaar recht op pensioen?

Een ambtenaar heeft na diens ontslag recht op pensioen als hij/zij op het tijdstip van ingang van het ontslag:

  • een vaste aanstelling heeft
  • de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt (Ouderdomspensioen)
  • uit hoofde van ziekten of gebreken blijvend ongeschikt is diens betrekking te vervullen (Invaliditeitspensioen)
  • een pensioengeldige diensttijd van ten minste 35 jaar heeft vervuld en de leeftijd van ten minste 55 jaar heeft bereikt (Vervroegd pensioen/ Diensttijd pensioen).

Verlaat een ambtenaar die van een vaste aanstelling is voorzien de dienst met ontslag zonder aan één van de opgenoemde voorwaarden te voldoen, dan heeft die ambtenaar uitzicht verkregen op Ouderdomspensioen (Uitgesteld pensioen), welk uitzicht bij het bereiken van de leeftijd van 60 jaar overgaat in het recht op Ouderdomspensioen.

Komt een ambtenaar die uitzicht had verkregen op Ouderdomspensioen te overlijden, dan hebben zijn/haar nabestaanden  wel recht op een direct ingaand Weduwen-/ Weduwnaars- en/of Wezenpensioen.

LET WEL: het is van groot belang dat het ontslag van de ambtenaar na 31 december 1971 is ingegaan.

Indien de ambtenaar voldoet aan al de eerder genoemde vereisten, doch diens ontslag inging vóór 31 december 1971, dan heeft dat tot gevolg dat deze ambtenaar/nabestaanden geen aanspraak maakt/maken op een pensioen. De diensttijd  vervuld vóór  1 januari 1972 is dan niet vervuld in de zin van de geldende Ambtenarenpensioenwet 1972, maar in de zin van de vervallen Pensioenverordening van 1932.

In artikel 45 van de vervallen Pensioenverordening van 1932 is opgenomen dat  indien iemand de dienst verlaat voor en aleer hij recht heeft op een pensioen, alle recht op het pensioen komt te vervallen,ook al is door hem/haar pensioenpremie gestort. Dit is ook opgenomen in artikel 40 van de “Pensioenverordening voor bijzondere onderwijzers 1932”.


Welke zijn de stappen die betrokkene moet ondernemen om  het pensioen te kunnen ontvangen ?

In aanloop naar het bereiken van de 60 jarige leeftijd van een ambtenaar met een vaste aanstelling in overheidsdienst, wordt het volgende traject gevolgd:

  • Het ontslag moet worden aangevraagd vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd
  • Dit verzoek tot ontslag moet zeker twee tot drie maanden voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd  bij het ministerie waar men tewerkgesteld is worden aangevraagd
  • De vereiste  bescheiden worden dan opgemaakt door de afdeling Personeelszaken waar betrokkene werkzaam is: de ontslagbeschikking of ontslagbesluit, het intreebericht, het uittreebericht (met bijlagen) en de inkoopdiensttijd-beschikking.


Ontslagbeschikking/ontslagbesluit

Op de ontslagbeschikking/ontslagbesluit wordt de datum aangeven waarop het ontslag ingaat. De reden van ontslag kan bijvoorbeeld zijn dat betrokkene 60 jaar oud wordt en de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Op de ontslagbeschikking/ ontslagbesluit wordt ook aangegeven dat betrokkene zich moet wenden tot het Pensioenfonds Suriname om in aanmerking te komen voor een pensioen.


Intreebericht

Op het intreebericht wordt aangegeven wanneer betrokkene van een vaste aanstelling is voorzien (dus ambtenaar in de zin van de Pensioenwet is geworden), de naam en indien het een vrouw is - en gehuwd - de gehuwde naam of mansnaam en andere persoonsgegevens, de functie, het inkomen bij indiensttreden enz. 


Uittreebericht

Op het uittreebericht worden de persoonsgegevens en de reden waarom betrokkene de dienst verlaat vermeld. Belangrijk zijn de bezoldigingen van betrokkene gedurende de laatste 24 maanden. Vermeld worden ook de salarisschaal/ functiegroep, ID-nummer en gehuwde naam. Als betrokkene gescheiden is ook de gehuwde naam toen zij gehuwd was.


Bijlagen

Op de bijlagen worden de perioden aangegeven waar en hoe lang betrokkene op een bepaald ministerie werkzaam is geweest, de onderbrekingen (bijvoorbeeld ontslag, verlof buiten bezwaar van den Lande), bevorderingen, de schaal/functiegroep, toelagen, onwettig afwezig, kortom alle informatie inzake de door betrokkene opgebouwde  diensttijd.

Inkoopdiensttijdbeschikking

Op een inkoopdiensttijdbeschikking wordt de periode gedurende welke betrokkene geen vaste/tijdelijke aanstelling had,  bijvoorbeeld op arbeidsovereenkomst, vermeld. Vereist is wel dat betrokkene de Surinaamse nationaliteit heeft en als werkzaam was aangegeven. Verder wordt op de inkoopdiensttijdbeschikking opgenomen het totaal bedrag dat betrokkene moet betalen om de vervulde diensttijd alsnog in te kopen, waardoor deze  bij de berekening van het pensioen meegeteld kan worden. Indien die  inkoopdiensttijdbeschikking opgemaakt was voordat betrokkene met ontslag ging, zou het kunnen dat er direct van het inkomen (salaris) van betrokkene maandelijks een bedrag is ingehouden. Dit bedrag (de inkoopschuld) wordt vastgesteld door de afdeling Centrale Personeelsadministratie (CPA) van het ministerie van Binnenlandse Zaken die belast is met het opmaken van  de inkoopdiensttijdbeschikkingen. Indien er gedurende de periode dat betrokkene nog in dienst was inhoudingen zijn gepleegd op het salaris, hoewel de inkoopschuld reeds bij beschikking was aangegeven, zal dit bedrag alsnog betaald moeten worden maar  dan van het pensioen, met dien verstande, dat er maandelijks een bedrag van het pensioen ingehouden zal worden om de inkoopschuld in te lopen. Vanaf  1973  is het zo dat  indien iemand  in dienst treed bij de Overheid, niet op  a.o (arbeidsovereenkomst) maar voorzien  wordt van een tijdelijke aanstelling, van het salaris van betrokkene gelijk spaarpremie (10%) wordt ingehouden en indien betrokkene van een vaste aanstelling wordt voorzien  zal  spaarpremie  omgezet worden in pensioenpremie. Het voordeel van deze regeling is dat voor zo iemand geen inkoopdiensttijdbeschikking meer opgemaakt hoeft te worden, aangezien vanaf de indiensttreding van de persoon  reeds is bijgedragen.

Zo gauw de bescheiden zijn opgemaakt door de afdeling Personeelszaken waar betrokkene werkzaam was, kan die zich aanmelden op het Pensioenfonds Suriname om het pensioen aan te vragen. Bij aanmelding op het Fonds dient betrokkene naast de opgemaakte bescheiden (het kan zijn dat het Fonds diens exemplaar nog niet heeft ontvangen) een geldig identificatiebewijs te overleggen. Indien belanghebbende er niet zelf kan zijn, moet degene die gemachtigd is een gelegaliseerde machtiging (d.w.z. een machtiging die opgemaakt is ten overstaan van een notaris om de echtheid van de handtekening van de machtiginggever te kunnen bevestigen) overhandigen. 

Verder is vereist:

  • een uittreksel of familieboek  van degene die met pensioen gaat
  • een bankrekeningnummer van belanghebbende van een in Suriname gevestigde bankinstelling, waarop het pensioen maandelijks overgemaakt moet worden
  • 2 loonslips over de laatste 24 maanden  (een recente loonslip en een loonslip van het jaar ervoor).

Voor wat betreft het bankrekeningnummer is vereist dat er een copie gemaakt wordt van de bovenzijde van een bankafschrift waarop duidelijk zichtbaar zijn de naam van betrokkene en het rekeningnummer. Dit is vereist ter voorkoming van fouten bij  het overschrijven van het rekeningnummer. Bij het openen van een nieuwe rekening kan ook een copie worden gemaakt van het stortingsbewijs. Door het Pensioenfonds wordt een verzoekschrift voor betrokkene opgemaakt met toevoeging van de vereiste informatie van belanghebbende.

De afdeling Deelnemersadministratie van het Fonds, die belast is met de berekening van het pensioen, zal de calculatie maken, zodat de gepensioneerde in de maand waarin het pensioen in moet gaan ook daadwerkelijk het pensioen ontvangt. Het is daarom van groot belang dat ten minste twee maanden vóór het pensioen ingaat,  de vereiste bescheiden reeds op het Pensioenfonds aanwezig zijn.


Hoe vindt de berekening van  het Ambtenarenpensioen plaats?

Middels een voorbeeld zal worden geïllustreerd hoe de berekening van het Ambtenarenpensioen plaatsvindt. Stel dat mevrouw WERKZAAM op 30 december 2012 60 jaar oud wordt. Haar pensioen zal dan op 1 januari 2013 in moeten gaan. Mevrouw WERKZAAM heeft in totaal 35 dienstjaren vervuld  bij de overheid, hetgeen betekent dat zij het maximale aan pensioen  zal ontvangen, en dat is 70%. Dit, op basis van de regeling die uitgaat van 2% voor elk pensioengeldig dienstjaar: 35 x 2% = 70%. Bij de berekening van het pensioen wordt gewerkt met het gemiddelde dat betrokkene heeft opgebouwd gedurende de laatste 24 maanden.
Het  salaris van mevrouw WERKZAAM was  in januari  2011 Srd. 1817,00 en in het jaar 2012 Srd. 1833,00. 

BEREKENING VAN HET PENSIOEN

(pensioengeldige diensttijd van 35 dienstjaren)

De middelsom  is Srd. 43.800,00/2 = Srd. 21.900,00. Het pensioen van mevrouw WERKZAAM per jaar wordt (70% x Srd. 21.900,00) = bruto Srd.15.330,00.
Per maand is dat Srd.15.330,00 : 12 = bruto Srd. 1.277,50.